Infectie

Het griepvirus wordt verspreid van de éne geïnfecteerde persoon naar de andere. Het virus wordt verspreid via de lucht, door niezen en hoesten, en door rechtstreeks contact met besmette lichaamsvloeistoffen.

niezen

verspreiding via aerosolen is een belangrijke bron van infectie

Een andere belangrijke overdrachtswijze is door contact met gecontamineerde objecten, zoals handen die in contact zijn gekomen met speeksel of neusvloei. Het wassen van de handen is dan ook een zeer belangrijke maatregel in het voorkomen van verspreiding.

Griep geeft pas 1 tot 4 dagen na de besmetting symptomen en kan in die tijd al verspreid worden naar anderen. Een grieppatiënt blijft besmettelijk de hele duur van de ziekte. Griep kan ook verspreid worden door patiënten die geen symptomen vertonen.

Na het infecteren zal het virus de slijmvliescellen van de keel, mond en neus van de gastheer binnendringen. Het virus vermenigvuldigt zich in de cel en maakt zichzelf ervan los. De gastcel sterft bij dit proces.

Hoe lang de virions besmettelijk blijven buiten het lichaam is in sterke mate afhankelijk van de omgevingstemperatuur. Bij warme temperaturen kan dit dagen tot weken zijn, bij vrieskou maanden.

Het virus is zeer gevoelig aan desinfectantia.